Migratie en Literatuur

Afgelopen vrijdag 2 oktober vond er op de Vrije Universiteit Amsterdam een strak georganiseerde conferentie plaats over ‘Migratie en Literatuur’. Als spreker zagen de ruim 250 aanwezige studenten de uit Turkije overgekomen hooglerares prof. dr. Birsen Karaca vertellen over de verschillende soorten migratie sinds het begin van de 20ste eeuw.

Mevrouw Karaca begon met de toestroom van Griekse migranten naar Anatolië aan het begin van de eeuwwisseling, dit was volgens haar toe te schrijven aan de oproepen van verschillende nationalistische Griekse organisaties in die tijd. Deze wilden namelijk door toedoen van migratie een meerderheid in de kuststreek van West-Anatolië realiseren, aldus Karaca. Wat echter nog het meest opviel, was dat deze migratie relatief weinig aandacht had gekregen in het westen. Het is hierdoor frappant dat de bevolkingsruil van 1923-1924 wel ruim aandacht krijgt. Hierover wordt namelijk met nadruk vermeld dat 1.250.000 Grieks-orthodoxe Anatoliërs uitgewisseld werden tegen een half miljoen Turkse moslims uit Griekenland. De nadruk van westerse geschiedenisboeken werd gelegd op het feit dat “dorpelingen die al duizenden jaren in Anatolië woonden ineens moesten vertrekken”. Wat nu dus blijkt aan de hand van het onderzoek van Karaca, is dat veel van die Griekse Anatoliërs zich pas in de jaren 1908-1911 gevestigd hadden in West-Anatolië en niet duizenden jaren daar resideerden. Hiermee valt de bevolkingsruil van 1923-1924 ineens in een geheel ander daglicht.

Toen kwam er uit het publiek ineens een vraag voor mevrouw Karaca over de Armeense kwestie van 1915 en hoe dit paste in het onderwerp van ‘Migratie en Literatuur’. Het antwoord was echter totaal onverwacht en het publiek leek met stomheid geslagen: “Ik wil graag antwoord geven op deze vraag, maar doe dat niet in Nederland wegens de begrenzing van het academische debat.” Hiermee verwees Karaca naar een wetsvoorstel van de ChristenUnie. In dit wetsvoorstel, wat aanvankelijk in 2006 ingediend werd, maar sindsdien elk jaar hernieuwd wordt, wil men namelijk het ter discussie stellen van de Armeense kwestie strafbaar maken onder het mom van ‘negationisme’.

Een duidelijk en spraakmakend statement van prof. dr. Birsen Karaca was het zeer zeker, vooral toen ze eraan toevoegde dat “in Turkije zelfs de werken van Taner Akçam, Vahakn Dadrian en Hilmar Kaiser beschikbaar zijn.” En inderdaad is het in Nederland zeer moeilijk, zo niet onmogelijk, om een onafhankelijk boek over de Armeense kwestie te vinden. Zonder uitzondering zijn alle boeken namelijk afkomstig vanuit de Armeense visie, waardoor er geen ruimte is voor discussie over de gebeurtenissen van 1915. En juist dit zorgt voor mijn overpeinzing…

Armand Sag

Armand Sag

Armand Sag is promovendus geschiedenis, alsmede als wetenschappelijke onderzoeker verbonden aan het Instituut voor Turkse Studies in Utrecht.